Ciaomilaan.nl

Over gaten gesproken….

Na een aantal dagen in Milaan te zijn geweest en de beproevingen op de Italiaanse snelwegen te hebben doorstaan, ben ik een paar dagen geleden weer thuisgekomen op Migliarina in Montevarchi. De terugweg was niet zo dramatisch als de heenreis maar de gaten in het wegdek waren nog lang niet allemaal gedicht.

 

Lago Migliarina

Op de boerderij zijn bij de verhuurde woningen een vijftal parkeerplaatsen, die onder een soort pergola liggen. Ik parkeer mijn autootje altijd in het tweede vak, gewoon omdat dat het eenvoudigste uitdraaien is. Toen ik echter de hoek om kwam rijden om mijn auto te parkeren, stuitte ik op een levensgroot gat. Gelukkig was het provisorisch afgezet (had ik anders verwacht in Italië?) en kon ik niet verder rijden. Het gapende gat was ongeveer 5 bij 4 meter groot en 4 meter diep! Was ik thuis geweest….       had mijn auto daar gestaan…… allemaal gedachten die razendsnel door mijn hoofd vlogen. Maar goed, ik was niet thuis geweest, dus onzinnige gedachten.  Terwijl ik daar aan de rand van het gapende gat stond, kwam er een bebaarde meneer op me af.

 

Afgetrainde tuinkabouter

Ik noem hem maar even zo. In Toscane wordt een dusdanig zwaar dialect gesproken, dat ik zijn naam absoluut niet heb meegekregen. Hij zag er dus wel zo uit. Tuinbroek met bretels, puntbaardje, wipneus en een mutsje. Hij was alleen heel slank. Dus vandaar; afgetrainde tuinkabouter. De huisbaas en eigenaar was er niet en hij was de opzichter van de landarbeiders. Hij legde me uit dat het “boegoo” (buco) gisterenochtend was ontstaan en dat het een 18e eeuwse ondergrondse waterput was.  In de vorige eeuw werd het regenwater opgevangen in dit ondergrondse bassin en gebruikt in de zomer als het water schaars was om het land te bevloeien.

 

Het gat

Toen ik het gat goed bekeek, zag ik dat het inderdaad een gemetselde constructie betrof waarop een aantal terracotta afvoerpijpen was aangesloten. Eigenlijk eeuwig zonde dit te moeten volstorten! Hij had er een elektrische pomp in gelegd en het water liep over het pad in een put wat verderop. Ik had niet gezien dat de put vier meter diep was, maar de volgende ochtend werd het me wel duidelijk. Mijn hemel wat een gat! Maar goed de kabouter had me verzekerd dat hij het probleem vandaag ging oplossen.

 

 

Stenen

Om klokslag half 8 de volgende ochtend, hoorde ik zwaar motorgeronk en een vrachtwagen stortte een paar kuub grond in het gat, een uur later nog één en nog één. Daarna kwamen de volgende vrachtwagens met keien, gigantische keien, en ze werden in het gat gestort. Drie vrachtwagens reden af en aan met keien en de kabouter schreeuwde aanwijzingen in een onverstaanbaar dialect. Tot slot werd het gat esthetisch afgedicht met grind. Ook nu weer drie vrachtwagens grind…Intussen had ik mijn arme Panda een tijdelijk onderkomen verschaft op de grote parkeerplaats van het Agriturismo. Tegen de avond was de afgetrainde tuinkabouter daadwerkelijk afgetraind en uitgeput. Hij had het grind met een hark aangeharkt tot een mooi pad, dat weliswaar 20 centimeter te hoog lag. “Dat ging nog nazakken”, verzekerde hij me. Toen ik ging parkeren op mijn oude plekje raakte ik shocking-klem in het grind en mijn Pandaatje staat maar even ergens anders. Wachtend op het “nazakken”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *